februari 7, 2010

Best things in life are free

Deze waarheid geldt (soms) ook in leisure. Tot grote frustratie van de managers. De beste dingen overvallen je, en je moet er helemaal niets voor betalen. Ze zijn trouwens ook authentieker, en daarom voelen we ze aan als ‘de beste’. Er is geen schijn van artificieel, geen verdenking van ‘in mekaar gezet om de toeristen geld af te troggelen’. Twee voorbeelden van de recente trip in Zuid-Engeland:

Oxford was mooi. Ook de studenten raakten niet uitgekeken op de universiteitsgebouwen, de tuinen, de refters, de kappellen. Een gids leidde ons naar de plaatsen waar Harry Potterfilms waren opgenomen. Ze vertelde enkele anecdotes. We betaalden haar graag om ons anderhalf uur in te leiden in Oxford. Haar laatste woorden voor ons waren: “als je vanavond vrij bent in Oxford, ga dan eens naar een Evensong. Dat loont echt de moeite”. Wij dus om 18 uur naar de Evensong, in de Katedraal van Christ Church College. Net op tijd voor de avonddienst (dat is ook het codewoord om gratis het college binnen te lopen, dat je naar de dienst gaat). De Evensong bleek een protestantse dienst te zijn, opgeluisterd door een mannenkoor met vooral heel jonge stemmen, in een adembenemend decor, en met een heel select publiek. Doordat je in het koor zit, naast de zangers, voel je je als toeschouwer erg betrokken. Ik zong zelfs mee (wanneer dat werd geduld). Naast een religieuze ook een optimale leisure-ervaring dus. Zomaar aangeboden.

Nauwelijks een dag later liepen we door Londen, en schuilden we voor een bui in het voorportaal van de National Gallery. Op een bord stonden de afspraken voor die dag. Om halftwaalf zou er een introductie zijn op het museum, een wandeling met een gids door enkele zalen. Dat was over drie minuten. Ik overtuigde mijn collega’s.  Bleek dat we een bijzonder geïnspireerde en dynamische gids hadden getroffen, die ons betrok in haar rondleiding, vroeg welke job we hadden, er in slaagde om dat in verband te brengen met wat ze ons vertelde over schilderijen van Rembrandt, van Goya, ons om uitleg vroeg (ja, en niet omgekeerd), ons ontroerde, en ons dus een optimale leisure-ervaring bezorgde. Weeral. En helemaal voor niets (in heel wat Londense musea is toegang sowieso gratis).

Nu, gratis is een relatief begrip. Die gids was natuurlijk vergoed, en gratis betekent hier gewoon dat ‘wij’ het niet moesten betalen. Leve de belastingen, en wat er met dat geld gebeurt!

februari 3, 2010

Reisindrukken: Portsmouth (Gunwharf Quays)

Tijdens een trip met studenten door Zuid-Engeland heb ik Portsmouth leren kennen. Of toch een deel van de stad, want erg lang zijn we er niet gebleven. Net lang genoeg om geïnteresseerd te geraken voor de Gunwharf Quays, een oud stuk haven dat nu helemaal is overgegeven aan de woon- en leisurefunctie. Een mooi voorbeeld.

Op een oude werf van de Royal Navy werd, met geld deels van de overheid (het Millenniumproject) en  deels van privé partners (Berkely Group),  in de late jaren ‘90 werk gemaakt van de uitbouw van een moden leisure center. De plek, aan het water en met uitkijk op de grote haven, leende er zich uitstekend voor.  Het resultaat is een heuse leisurestad: de Gunwharf Quays, met trendy restaurants, bars, veel nieuwe appartementen in torens, een nightclub, een bioscoop met 14 schermen, veel winkels, een toeristische topattractie (de 170 m. hoge Spinnaker Tower, met een adembenemd zicht op de haven, het hinterland, het eiland Wight), een comedy club, een themapark over de Navy, enz.

Moderne architectuur tussen de oude Navy-gebouwen. Havenarcheologie en stadsuitbreiding. Een voorbeeld om te volgen. Benieuwd of we in Vlaanderen ook zo’n projecten aandurven…

januari 11, 2010

Berlijn: indrukken

Nog enkele indrukken van Berlijn. Goede voorbeelden, inspiratie. Zoals de samenwerking tussen alle staatsmusea.  Dat zijn er een hele hoop (70), en voor 19,50 euro (per volwassene)  kan je op drie opeenvolgende openingsdagen alle musea bezoeken. Gevolg: grote rijen wachtenden, veel belangstelling voor alle musea. Zelf deden we er drie, waarvan er mij één nauwelijks interesseerde (famille oblige), maar die me wel is bijgebleven. De prijs van museumbezoek doet er wel toe, en de SchauLUST in Berlijn (= de naam van het driedagenticket) is een mooi voorbeeld van hoe je mensen kan aanzetten om zich buiten de vaste interesses te wagen. Als je dan nog bijrekent dat kinderen (tot 16!) gratis entrée hebben, en dat de ticketprijs (ook voor de kinderen) ook recht geeft op de headphones, …  In Berlijn heb je dus geen excuses als je geen musea bezoekt.

Of het zouden  de afstanden zijn. Goed geprobeerd, maar ook voor dit probleem hebben die Duitsers een oplossing: de Berlin Welcome Card laat je voor 22,90 euro gedurende 3 dagen de hele stad doorkruisen (kinderen onder 14 reizen gratis mee). Maakt niets uit of je tram, trein, metro of bus neemt. En de kaart geeft ook recht op nog een massa kortingen… Het is de coördinatie die daarachter steekt die indruk maakt op de (professionele) toerist die ik ben.

Geen museum, maar even interessant: de Kunstsupermarkt. Allemaal originelen van mindere goden die, als in een supermarkt, tentoon worden gesteld. Je maakt je keuze en passeert langs de kassa. Van november tot januari, in enkele Duitse steden.

januari 6, 2010

voetbal & vrouwen

Het was een hoofdpunt in de pers deze week: meer en meer vrouwen en kinderen bevolken voetbaltribunes. Het werd afgedaan als goed nieuws, want een logisch gevolg van minder geweld in onze voetbalstadions. De redenering is de volgende: zolang voetbal een slechte naam heeft (onveilig, gevaarlijk) komen de vrouwen en kinderen niet mee kijken. Is er minder geweld, dan stijgt hun aanwezigheid.

Je kan het natuurlijk even goed andersom bekijken. De kip en het ei. Misschien is de grotere aanwezigheid van vrouwen niet een gevolg van minder geweld, maar de reden. Of wellicht allebei.  Vrouwen zijn minder geneigd om tot fysiek geweld over te gaan, en mannen durven zich al eens beter gedragen als er vrouwen in de buurt zijn. Maar goed nieuws is het sowieso.

Alles kan beter. Hieronder volgen enkele tips om nog meer vrouwen en kinderen aan te trekken (uit eigen ervaring: ik heb, als man,  al heel wat uren gesleten in voetbalstadions).

- laten we beginnen met het sanitair. Lijkt misschien een detail, maar de sanitaire voorziening in onze stadions (ook de beste) is volgens mij een grote afschrikker voor vrouwen. Mannen vinden dat blijkbaar maar bijkomstig. Meer toiletten, propere toiletten, zullen meer doen voor de vrouwelijke aanwezigheid in onze voetbalstadions dan het veiligheidsgevoel.

- confort in het algemeen: de omstandigheden waarin voetbalsupporters naar een wedstrijd kijken zijn veelal niet meer van deze tijd.

- catering: zolang we tijdens de rust enkel kunnen kiezen tussen frieten, hamburgers en worst, waarvoor we in een lange rij moeten staan, is er geen beterschap in zicht. Al eens een slaatje besteld tijdens de rust?

- combinatie met andere leisure: er zijn vrouwen die grote voetbalfans zijn, maar een grote groep moet nog naar het stadion gelokt worden met een combinatie van vrijetijdsdiensten. Een optreden en een wedstrijd, een middagje shoppen en een wedstrijd, een stadsbezoek en een wedstrijd, … Voor, tussen en na de wedstrijd zijn er mogelijkheden, en die worden nog weinig benut.

- moment waarop de wedstrijden gespeeld worden: voor televisie kan het interessant zijn, maar wanneer onze clubs een wedstrijd spelen op zondagavond, om halfnegen, blijft de helft van de kindertribune leeg.

- durven nadenken over de planning van de wedstrijd (2 x 45 minuten, en een kwartier pauze). Dat is natuurlijk niet voor de clubs, wel voor de bond. Een kwartier pauze (in werkelijkheid 10 minuten) is maar weinig tijd om iets te eten, te drinken, te ondernemen, ..

- vrouwen (en mannen) houden van emotie. Van close ups van ontgoocheling en van euforie. Die heb je meer op teevee dan in het stadion. Jammer, en makkelijk te verhelpen.

- En hoe zit dat met de spelregels? Zijn die nog van deze tijd? Wie durft komaf maken met die hatelijke regel van het buitenspel (het is de gewoonte in de voetbalstadions en daarbuiten om zich vrolijk te maken over de onwetendheid van vrouwen ivm deze regel, maar elke week kunnen we ervaren dat mannen, zelfs geschoolde lijnrechters, het er niet beter van afbrengen…). Voetbal wordt echt een spektakel als de regels de sport op een hoger niveau tillen.

januari 2, 2010

Berlijn: goede story telling

Tussen Kerst en Nieuwjaar heb ik de kans gekregen om enkele dagen in Berlijn rond te lopen (later meer hierover). Een schoolvoorbeeld van story telling in toerisme. Het verhaal van de Muur beantwoordt aan elk mogelijk criterium, en verleidt dus grote massa’s toeristen.

Welke criteria? Ik geloof vooreerst niet in story telling als er geen waarheid achter schuilgaat. Een goed verhaal moet dus waar zijn. Niet uitgevonden door een of andere story teller, hoe inventief ook. Echte verhalen zijn meeslepend. Met een beetje geluk zijn er restanten, getuigenissen, foto’s, films, enz. Van de Muur in Berlijn klopt dat allemaal. Overal in de stad word je aan de historische waarheid herinnerd. Stukken muur staan nog recht, en daar waar dat niet zo is zijn er de opschriften, de tekens op de grond, de infoborden, ..

Een tweede criterium is de eenvoud. Een goed verhaal wordt door iedereen begrepen. Het boeit de ingewijden, maar ook de occasinele toerist, niet gehinderd door enige historische interesse. En de Muur slaagt ook met brio voor dat examen. Twee groepen mensen die bij elkaar horen, door politieke systemen gescheiden, en na 28 jaar weer verenigd. De muur neergehaald. Verbroederingen, omhelzingen, de triomf van de menselijkheid (een happy ending!). Kinderen begrijpen het. Dat heeft Berlijn voor op Ieper. WO I is een veel gecompliceerder verhaal. Historisch, O.K., maar niet eenvoudig (dat is een oorlog volgens mij nooit)

We hebben niet de pretentie om volledig te zijn. Andere criteria voor goede story telling laten we buiten beschouwing. En natuurlijk heeft Berlijn ook andere charmes. Ze hebben zelfs een tweede verhaal, bijna even sterk. En soms lopen de twee verhalen bijna door elkaar, storend en verwarrend. Maar de Muur wint. Als die er niet was geweest, hadden ze hem moeten uitvinden. Uit toeristisch oogpunt natuurlijk…

december 15, 2009

Miljoenen gamers

Het Nationaal Gaming Onderzoek 2009 beweert dat 67 % van de Belgen video- of computerspelletjes speelt. Ik kan het cijfer nauwelijks geloven (niet-gamer die ik ben), en heb ook niet de mogelijkheid om dat cijfer op zijn waarde te schatten. 2 belgen op 3, alle leeftijden samen genomen? Bij de jongeren komen we zelfs tot cijfers van 88 % (jongens) en 73 % (meisjes). Maar nog het meest opvallend vond ik de gegevens over de leeftijdsklasse 35-49, waar de cijfers respectievelijk 67 en 68 % zijn. En bij +50-jarigen ook nog meer dan 50 %.

Laat ons aannemen dat het onderzoek zo zijn redenen heeft om de werkelijkheid te verbloemen. En laat ons ook maar waarschuwen voor het klakkeloos overnemen van zogezegde onderzoeksresultaten (Wat is een gamer? Iemand die ooit in zijn leven al eens één computerspelletje heeft gespeeld?). Maar we kunnen niet ontkennen dat gaming alomtegenwoordig is. Het is voor ons, leisurestudenten, een moeilijk vatbaar fenomeen. De eenzame gamer koopt enkel een product, en is daar dagen mee zoet. Een mooi voorbeeld van de vage grens tussen leisurediensten (activiteiten) en leisureproducten. Er zijn ook gaming communities, gaming wedstrijden, games als therapie (tegen zwaarlijvigheid, echt waar), games om mensen bewust te maken van allerlei problemen, didactische games, gaming events, ..

De tijd dat games uitkwamen maanden na de film, en profiteerden van het succes van de bioscoopfilm, ligt achter ons. Nu dingen de film, de muziek, het computerspel en nog andere supports samen naar de gunst van de consument. En soms zijn de games de trekkers.

Nog dit: gaming is er zeker in geslaagd om het publiek te verruimen. Geen underground meer, geen nichemarkt. Gaming, zo zegt hogergenoemde studie, is mainstream geworden. Voor oud en jong, voor man en vrouw.

december 12, 2009

in de korf

Deze week in  de pers vernomen : vanaf 1 januari komen een paar nieuwe producten (of diensten) in de ‘korf van de consumptieprijzenindex’. De focus in de persartikels lag op de kostprijs van een verblijf in een rusthuis, maar wie doorlas merkte ook een paar andere wijzigingen op. Zo stond bij de nieuwkomers ook het fitnessabonnement.

De indexkorf is een hele reeks producten waarvan elke maand de prijs wordt bijgehouden, en op de basis daarvan bepaalt men de inflatie. In die korf opgenomen worden betekent eigenlijk dat het product of de dienst als basis wordt beschouwd. Een product dat iedereen wel eens koopt, een dienst waarop elk Belgisch gezin vroeg of laat beroep doet. Zeg maar een promotie (voor het product of de dienst).

Samen zijn het er nu 520. Van aardappelen tot briefport, van een zakje friet tot een wegwerpluier. Voor onze sector zijn de vertegenwoordigers o.a. het bioscoopticket, het schouwburgabonnement, de eendagsattracties, huur van een DVD, een abonnement op digitale televisie, een festivalticket, … Naast het fitnessabonnement is er trouwens vanaf 1 januari ook plaats in de korf voor de decoder of digicorder voor betaaltelevisie.

Als een leisuredienst behoort tot de korf, geeft ons dat ook de kans om de prijsevolutie te volgen, maand per maand. Stel dat we de prijs van alle onderstaande producten en diensten in 2004 op 100 zetten, dan zie je in één oogwenk wat er de laatste 5 jaar met de prijs is gebeurd. Interessant dus. En meteen de vraag: is vrijetijdsbesteding nu duurder geworden?

Neen. Want vergeleken met de basis (100) in 2004 kost een kleurentelevisie nu nog 41 (-59 %!), een MP3-speler 56 en een PC 57. Alle technologische producten lijken goedkoper geworden. Er zijn ook een paar constanten: speelgoed bijvoorbeeld, is nauwelijks in prijs gestegen (en is dus, vergeleken met andere producten, in prijs gedaald).

Ja, want het zwembad staat nu op 116, reizen op 115, festivals op 110. Boeken komen uit op 113, kranten en tijdschriften op 117. Flink duurder zijn geworden: bioscoop (119, of te wel + 19 % sinds 2004), een voetbalwedstrijd in eerste provinciaal (+ 22 %) en een schouwburgabonnement (+ 29 %).

Crisisbewuste leisure is dus thuis blijven, televisie kijken, of een avond doorbrengen achter de PC. Maar dat wisten we al…

december 8, 2009

digitale bioscoop

Vanavond waren we te gast in Cine Star in Waregem. Op een van de plaatsen nota bene waar het imperium van Kinepolis is gestart (de derde vestiging, na Harelbeke (Majestic) en Kortrijk (Pentascoop)). Ondertussen is de Multiscoop niet meer, maar al 16 jaar omgedoopt tot Cine Star, onder de deskundige leiding van Eric Degroote en zijn vrouw (Veerle Coucke). Het was een onderhoudend en leerrijk bezoek, en het was een verademing om te zien hoe een leisurebedrijf ook ambachtelijk kan zijn (in de positieve zin van het woord). De eenvoudige structuur (enkel de bedrijfsleiders en een projectie-assistent) laat toe om heel soepel op de vraag in te spelen. Vaste kosten zijn er nauwelijks.

Behalve dan die van de digitalisering. “Deze mega-investering is geen luxe”, zegt Eric Degroote, “maar een noodzaak. Het is een zaak van overleven. De 35mm is sowieso aan het verdwijnen”. We betwijfelen of er daardoor meer bezoekers zullen komen (meer dan de 50.000/jaar die nu de norm zijn in Cine Star), maar wie nu niet innoveert, is waarschijnlijk gedoemd om z’n business te stoppen. De Virtual Print Fee (een financieringssysteem dat een derde partij inschakelt, die op zijn beurt een deal sluit met de studios (=distributeurs) en daardoor aan de  bioscoopuitbaters  een deel van hun investering kan terugbetalen) maakt dat mogelijk, ook voor kleinere bioscopen. XDC (dochter van EVS) en AAM zijn voorbeelden van zo’n derden. 300.000 euro is een grote inspanning, maar Eric Degroote ziet de toekomst rooskleurig in. Al vindt hij het natuurlijk erg frustrerend dat zijn zakencijfer vooral afhangt van welke films hij kan projecteren. Het verschil tussen een goed en een slecht jaar heeft daardoor weinig te maken met goed management, maar alles met de films die ‘toevallig’ verschijnen. Vandaar het belang van kaskrakers als DossierK.

Vandaar ook de noodzaak om het zuivere projecteren van films te gaan overstijgen. Onder het motto Business Meets Entertainment wil Eric meer bedrijven aantrekken. Ook daarvoor is de digitalisering een zinvolle investering, want ze maakt de zalen polyvalent. Je loopt er met je portable binnen en je kan zo je productpresentatie beginnen. In 3D als je dat wil.

december 7, 2009

(leisure)product van het jaar 2009

Elk jaar verkiezen de lezers van de Standaard het ‘product van het jaar’. Een wat vreemde verkiezing, want vaak worden geen producten in de stricte zin van het woord gekozen. Vorig jaar bijvoorbeeld was het winnende product … Barack Obama. Geef  toe. Obama haalde het overigens van het vaccin tegen baarmoederhalskanker, van de speculaaspasta, de Wii fit en Facebook. 

Dit jaar kregen de bezoekers van het congres van de Stichting Marketing de kans om een shortlist samen te stellen (5 laureaten uit een lijst van 25). Opvallend dat er nu ook weer twee leisure-’producten’ tussen zitten: Kai-Mook die de Zoo een boost gaf in het afgelopen jaar, en Zumba, de nieuwste rage in de fitnessclubs. Leisure is een trendgevoelige sector, die overigens heel dicht bij de mensen staat. Geen wonder dat deze sector telkens goed vertegenwoordigd is. De uitdaging komt van Twitter, SMS-parkeren en de zonnepanelen. Benieuwd wie het haalt. Wil je daar zelf over beslissen? Dat kan op de site van de Standaard, vanaf 21 december.

december 5, 2009

Virtueel reizen

In een bijzonder interessant college van Tom Palmaerts van Trendwolves kwam het virtuele reizen ter sprake. De authentieke en de fake vorm. Tom ging uit van de stelling (die ik al vaker heb gehoord, maar mij nog niet meteen voelbaar lijkt) dat binnenkort de brandstof onbetaalbaar wordt, en reizen dus enkel voor een kapitaalkrachtige elite zal zijn weggelegd.

Wat doen de anderen dan? Je kan natuurlijk doen alsof (dat bedoelde ik met de fake versie). Je met je gezin laten fotograferen voor een grote wand, met daarop geprojecteerd een indrukwekkend panorama. Een storyteller zorgt voor een passend reisverhaal. Daar kan je mee uitpakken bij de vrienden (?), maar of het jezelf veel voldoening schenkt?

Alles kan beter. Ook het plaatjes kijken op internet, televisiereportages over verre landen, spannende reisliteratuur, niets van dat alles kan wedijveren met het authentieke gevoel ‘elders ‘ te zijn. Want daar gaat het bij de meeste mensen toch om. Creatievelingen opgelet: hier ligt nog onontgonnen gebied. Hoe kunnen we datzelfde gevoel, of minstens bij benadering, creëren zonder dat we verschrikkelijk veel geld moeten uitgeven aan brandstof?

Reizen dichtbij huis? Hmm, dat bevredigt maar half. Even kan je in de waan zijn, maar dan bots je op winkel van Zeeman, een H&M, een Nederlandstalig opschrift, en weg is de betovering.

In 2008 maakte ik een verdienstelijke poging mee. Een student van bij ons organiseerde de ‘Hakuna Matata tour’, op een autoloze dag door Brussel fietsen van moskee naar Boeddhistische tempel, langs de Matongewijk: dat kwam in de buurt van een reiservaring. Niet perfect. Er is nog werk, maar het is een begin. Misschien zijn er nog veel andere pistes. Laat maar horen.